Groei begint hier.

Van reststroom naar smaakmaker: ontmoet founder Jesper van De Fermerij

Met De Fermerij wil Jesper den Biesen (26) voedselverspilling tegengaan door reststromen van boeren te verwerken tot gefermenteerde producten. Een stage, een verblijf in IJsland en een fascinatie voor circulair ondernemen brachten hem op het idee. Vanuit Jam Inc. werkt hij nu aan de volgende stap: van veelbelovend concept naar een schaalbaar bedrijf.

Jesper, hoe is het idee voor De Fermerij ontstaan?
“Het begon tijdens mijn stage bij SanoRice in Veenendaal, een bedrijf dat rijst- en maiswafels produceert. Ik hield me daar bezig met voedselverspilling. Zo bracht ik alles in kaart wat tijdens de productie van de band valt, van kruiden tot chocola. Voor die stage bezocht ik ook verschillende productielocaties in Italië en Polen.”

Wanneer kwam fermentatie daarbij in beeld?
“Na mijn stage volgde ik een minor in Reykjavik, IJsland. Daar fermenteren ze bijna alles wat binnenkomt: vis, haai, groenten… noem maar op. Omdat er lokaal weinig geteeld kan worden, is fermentatie van oudsher een belangrijke manier om voedsel langer houdbaar te maken. In IJsland kwamen voor mij twee werelden samen: voedselverspilling en fermentatie. Toen ik daarna een specialisatie moest kiezen tijdens mijn studie, ben ik met dat idee verdergegaan. Zo is De Fermerij ontstaan, al is het concept sindsdien natuurlijk nog flink veranderd.”

Hoe kwam je op die naam? De Fermerij?
“Dat was eigenlijk een spontane ingeving. Ik haal de grondstoffen rechtstreeks op bij boeren en deze naam legt voor mij verbinding tussen de boer en het fermentatieproces. Boerderij, Fermerij, fermentatie: het klopte gewoon en voelde wel grappig. Ik ben er nog steeds erg blij mee, al moet de volledige branding nog verder worden uitgewerkt, maar dat laat ik liever aan iemand anders over.”

Hoe reageerde je omgeving toen je vertelde dat je een onderneming wilde beginnen?
“Dat was heel wisselend. Sommige mensen vroegen zich echt af waar ik aan begon. Ze vonden dat ik beter voor een veilige optie kon kiezen, zeker omdat dit ook mijn afstudeerjaar is. Maar ik heb ook ondernemers in mijn omgeving die juist zeggen: lekker doen, dit is hét moment. Ik loop nu relatief weinig risico. Ik heb nog geen kinderen en weinig vaste verplichtingen. Als ik het wil proberen,
is dit dus een goede fase van mijn leven om die stap te zetten.”

Je werkt nu vanuit Jam Inc. in Jamfabriek. Wat hoop je hier te vinden?
“Vooral een plek waar ik mezelf én mijn bedrijf kan ontwikkelen. Thuis achter mijn laptop werken voelt toch anders. Hier voelt het meteen professioneler. Door middel van de connecties die ik hier leg, denk ik dat het alleen maar sneller gaat dan dat het ging. Volledige producties kan ik hier niet draaien, maar voor netwerken, experimenteren en professionaliseren is het een heel goede plek.

Want hoe bevalt je tijd bij Jam Inc. tot nu toe?
“Supergoed. Ik werk vooral vanuit de incubator en daar zitten erg leuke mensen. Alleen al het feit dat je met andere ondernemers bij elkaar zit, heeft op mij een positief effect. Dat was voor mij een belangrijke reden om hiervoor te kiezen. Ik hoop wel dat het contact tussen de incubator en de andere bedrijven in de Jamfabriek goed blijft. De lijntjes moeten kort zijn. Het gezamenlijke Foundersontbijt hielp daar bijvoorbeeld enorm bij. Het zou ook fijn zijn als alle bedrijven hier een keer worden geïntroduceerd. Dan weet je wie er zit, wat iedereen doet en van welke kennis of mogelijkheden je gebruik kunt maken.”

Welke eerste mijlpalen wil je bereiken?
“Ik ben in gesprek met land- en boerderijwinkels. Mijn producten zouden daar goed in het assortiment passen. De productie is nog wel een belangrijk vraagstuk. Een eigen productieruimte huren is op dit moment te duur. Waarschijnlijk zal ik daarom op termijn extern laten produceren, op basis van mijn eigen receptuur. Kleinschalige producties kan ik voorlopig zelf uitvoeren.”

Wil je met De Fermerij ook direct de supermarkt in?
“Nee, nog niet. Dat vind ik in deze fase te riskant. Ik wil wel de stap zetten naar speciaalzaken en delicatessenwinkels. Ook de horeca is interessant. Daar lever je grotere hoeveelheden: het gaat dan om kilo’s in plaats van losse potjes. Daarnaast wil ik rechtstreeks aan consumenten verkopen, bijvoorbeeld via een webshop. Zo kan ik verschillende verkoopkanalen testen en ontdekken wat het beste werkt.”

Heb je de producten al bij potentiële consumenten getest?
“Ja. Ik ben begonnen met marktonderzoek bij Ekoplaza, waar ik klanten aansprak en interviews afnam. Vervolgens heb ik mijn producten getest bij twee speciaalzaken en een horecazaak. De reacties waren erg positief. Je merkt wel dat iedere klant iets anders belangrijk vindt. In de horeca draait het vooral om smaak. Bij een speciaalzaak telt ook het verhaal achter het product mee. Daar spelen circulariteit en lokale herkomst een grotere rol.”

We weten nu een hele hoop over De Fermerij. Hoe zou je dat alles in één zin samenvatten?
“Ik leg vooral te hameren op het circulaire model: we gebruiken reststromen en maken daar door fermentatie nieuwe, smaakvolle producten van. Die insteek hielp mij ook tijdens een pitchwedstrijd in de Week van Ons Eten. Toch moet je een pitch altijd afstemmen op je publiek. Bij accountants legde ik bijvoorbeeld meer nadruk op het bedrijfsmodel: ik koop producten die anders als afvalstroom worden gezien tegen een lagere prijs in. Ondanks dat afgestemde verhaal, is het belangrijkste dat je eigen denkwijze overeenkomt met het hetgeen waar jouw bedrijf voor staat. Als dat goed aan elkaar relateert, geloven mensen sneller in jouw idee.” 

Voor Jesper staat de komende periode in het teken van testen, netwerken en gecontroleerd groeien. De ambitie is duidelijk: reststromen redden van verspilling en ze met behulp van fermentatie veranderen in producten met een goed verhaal én een sterke smaak.

Meer weten over De Fermerij? Kijk op https://www.defermerij.nl/